10 juni 2025 · 6 min lezen
Als je zwanger bent en een kat hebt, krijg je vroeg of laat de vraag: is dat niet gevaarlijk? Toxoplasmose is de parasiet die in die vraag schuilt. Maar de risico's zijn aanzienlijk kleiner dan vaak gedacht — als je weet hoe de besmetting werkelijk verloopt.
Wat is toxoplasmose?
Toxoplasma gondii is een parasiet die katten kunnen oplopen via besmet rauw vlees of prooien (muizen, vogels). In de ontlasting van een geïnfecteerde kat bevinden zich oöcysten — eitjes van de parasiet — die besmettelijk zijn voor mensen. Bij een gezond immuunsysteem verloopt een infectie meestal zonder klachten. Bij een zwangere vrouw die voor het eerst besmet raakt, kan de parasiet de placenta passeren en het ongeboren kind bereiken, met mogelijk ernstige gevolgen.
Het werkelijke risico
Er zijn een paar belangrijke nuances:
- Een kat scheidt oöcysten alleen uit in de eerste één tot drie weken na een primaire infectie — daarna niet meer.
- Binnenkats gehouden katten die alleen brokken eten, lopen vrijwel geen risico op infectie.
- De oöcysten in verse ontlasting zijn de eerste 24–48 uur nog niet infectieus — dagelijks scheppen verwijdert ze voor ze gevaarlijk worden.
- De meeste besmettingen bij mensen komen niet via de kattenbak, maar via rauw of halfgaar vlees en ongewassen groenten.
Bloedtest via de verloskundige
In Nederland wordt tijdens de eerste prenatale screening standaard getest op toxoplasma-antistoffen. Als je al antistoffen hebt (je bent al een keer besmet geweest), loop je nauwelijks risico. Als je geen antistoffen hebt, zijn de voorzorgsmaatregelen extra relevant.
Hoef je je kat weg te doen?
Nee. Dat is niet nodig en ook niet wat gynaecologen of infectiologen adviseren. Met dagelijkse bakroutine, handhygiëne en de kennis van hoe de parasiet werkt, is het risico goed beheersbaar. Je kat weggeven is een disproportionele maatregel tegenover het werkelijke risico.
